Voeding is gezondheid.nl

 

Gewicht: ik ben te dik en val niet af - ik ben te dun en kom niet aan

BIJNIEREN EN SCHILDKLIER

Bent u te dik en valt u af maar dan stopt het of bent u te mager en gaat het zo van; ik kan alles eten maar kom niet aan.

Hieronder de overpeinzingen van Mike over dit probleem:

“Ik heb een theorie die ik met jullie wil delen. Jullie zijn niet de eersten die mij benaderen met de gedachte dat de spijsvertering te snel verloopt. Deze mensen zijn allemaal, stuk voor stuk, mager met een smalle lichaamsbouw, van het gezicht tot aan de heupen. Het is het soort mensen dat 'alles kan eten en niet aankomt'.

Vaak klagen deze mensen over kouwelijkheid (handen en voeten). Als ze te snel voedsel verbranden zou het voor de hand liggen dat hun schildklier te snel draait, want die bepaalt immers het tempo van de spijsvertering. Maar kouwelijkheid is juist een teken van een trage schildklier! Hoe valt dat dan te rijmen? Ik heb lang geworsteld met deze vraag en volgens mij werkt het als volgt:
Lees hier verder......

---------


Heel erg belangrijk, vooral voor de vrouwen hier, om te weten is dat je om twee positieve redenen kunt aankomen:

- Je lichaam neemt in MAGERE lichaamsmassa toe, dus spieren en botten. Deze vertalen zich in kilo's, maar zijn NOODZAKELIJK voor je heling! Wat wil je liever, 'mooi slank' zijn of geen spier- of botaandoeningen? De mens heeft van nature een brede en stevige bouw, niet mager en dun. Ons 'schoonheidsideaal' strookt niet met het gezondheidsideaal en je moet jezelf dus herprogrammeren. En dat terwijl schoon-heid van oorsprong gaat om innerlijk schoon zijn, wat zich vertaalt in uiterlijke pracht. Het schoonheids- en gezondheidsideaal horen dus een en hetzelfde te zijn!
- Een verbeterde opname van voedingsstoffen, waardoor het lichaam van schaarste naar overvloed gaat en voor de zekerheid extra gewicht vasthoudt. Bij mij heeft het bijna twee jaar geduurd voordat mijn lichaam besloot die extra kilo's los te gaan laten. Focus je dus niet zozeer op je gewicht maar hoe je je VOELT!

Mike

---------

Jullie dames moeten beseffen dat je BMI aan de BOVENGRENS (25) of zelfs daarboven zou moeten liggen, vanwege die stevige botten en spieren die meetellen qua gewicht. Je BMI bereken je door je gewicht te delen door je lengte en dan nogmaals door je lengte. Voorbeeld: ik weeg 86 kg en ben 1.78 m lang. Mijn BMI is dan 86:1.78:1.78=27,14. Zoals je ziet zit ik met een BMI van 27 boven de bovengrens van 25. Dit heb ik te danken aan MAGERE LICHAAMSMASSA, dus botten en spieren. Hoe steviger je botten en spieren, hoe zwaarder ze worden. Het getuigt van een opbouwproces.

Het is foute boel als je met je BMI aan de ondergrens (19) zit of zelfs nog daaronder. Dit getuigt van een afbraakproces, in jouw geval veroorzaakt door een opnameprobleem van bouwstenen uit voeding (vetten en eiwitten). Dit geldt voor iedereen die zo'n lage BMI heeft. De natuur geeft de voorkeur aan opbouw boven afbraak. Dit betekent dat je een RESERVE moet hebben. Weston Price constateerde dat de natuurvolkeren die hij bestudeerde zonder uitzondering beschikten over reserves tegen 'belastende periodes', zoals hij ze noemde (ziekte, zwangerschap, borstvoeding, groeijaren). Een BMI dus tussen de 25 en 30.

Mike

-----------
INSULINE EN OVERGEWICHT:
Insuline veroorzaakt overgewicht. Insuline haalt overtollige glucose uit de bloedstroom en duwt deze met geweld in de cellen die vervolgens vervetten. Op deze manier wordt glucose omgezet in vet, de brandstof waar het lichaam werkelijk op zit te wachten. Het lichaam legt een vetvoorraad aan omdat de voeding te rijk is aan koolhydraten, een overlevingsmechanisme dus. Op die manier krijgen we overgewicht door ondervoeding, een unieke situatie die zich nog nooit eerder bij de mensheid heeft voorgedaan. We hebben dan ook nog nooit eerder zoveel koolhydraten geconsumeerd.

Mike

------


Eet vet word slank van Barry Groves

Barry Groves, die samen met zijn vrouw Monica in de Cotswolds-heuvels in de Britse provincie Oxfordshire woont, kan zich met recht Engelands meest vooraanstaande voorvechter van een koolhydraatarme, vetrijke manier van leven noemen.

Hij begon vraagtekens te zetten bij conventionele voedingspatronen en vanaf 1982 wijdde hij zijn tijd volledig aan de relatie tussen voeding en ‘welvaartsziekten’ als zwaarlijvigheid, diabetes, hartkwalen en kanker. Door zijn onderzoek besefte hij dat de gevestigde ideeën, zowel over caloriearme voeding voor gewichtsverlies als ‘gezonde voeding’ tegen hartkwalen, vele haken en ogen vertoonden.







© 2012 Lia Keizer

 

© 2012 Lia Keizer