Voeding is gezondheid.nl

 

Vruchtbaarheidsvitamines

Onderstaand antwoord van Mike n.a.v. een opmerking op het forum dat iemand zwanger probeert te worden:

Jouw onvruchtbaarheid gebeurt niet 'zomaar', de natuur werkt niet op basis van 'toeval' of 'Russische roulette', maar op basis van oorzaak en gevolg. Dit betekent dat jij de verantwoordelijkheid (GEEN schuld!) op je moet nemen voor dit probleem.

De waarheid is dat onze vet- en cholesterolarme 'voeding' ons langzaam afbreekt, omdat we cruciale bouwstoffen tekortkomen. Onvoldoende bouwstoffen = afbraak. Afbraak van geslachtshormonen bijvoorbeeld (cholesterol is de bouwsteen van alle hormonen, inclusief de geslachtshormonen) en afbraak van zenuwen en spieren (cholesterol is eveneens een bouwsteen van het zenuw- en spierstelsel).

Naast een vet- en cholesterolfobie wordt ons ook een zoutfobie aangepraat. De meeste mineralen en spoorelementen zijn zouten. Hierdoor komen we dus ook structureel mineralen tekort. Voor de opname van mineralen is weer vet vereist en zo zie je keer op keer die driehoek vetten-cholesterol-mineralen terug komen.

Het huidige, moderne voedings'advies' gaat regelrecht tegen onze evolutionaire geschiedenis in en de prijs die we hiervoor moeten betalen is o.a. onvruchtbaarheid. De natuur staat nl. niet toe dat mensen met chronische tekorten zich voort kunnen planten. Even wat passages uit het boek van Weston Price die dit heel helder illustreren:

Hoewel deze belangrijke factoren pas recentelijk in onze moderne beschaving in beeld zijn gekomen, toont het bewijs duidelijk aan dat menig zogeheten primitieve ras zich bewust was van de noodzaak om het moederschap te behoeden voor fysieke overbelasting tijdens de zwangerschap en voor een verminderd vermogen tot voortplanting.

G. T. Basden3 schrijft bijvoorbeeld in zijn boek Among the Ibos of Nigeria [Tussen het Igbovolk in Nigeria]:


Het wordt niet alleen een schande maar zelfs als een regelrechte gruwel beschouwd als een Igbovrouw kinderen krijgt in een kortere tijdsperiode dan ongeveer drie jaar.
Het idee van een vaste minimumperiode tussen de zwangerschappen is gebaseerd op enkele vaste principes. Men is rotsvast overtuigd van de noodzaak voor deze tussenperiode om de moeder haar kracht terug te kunnen laten krijgen, zodat zij weer gezond genoeg is om een ander kind te kunnen baren.
Mocht er een tweede kind geboren worden binnen de voorgeschreven periode, dan gaat men ervan uit dat dit kind ongetwijfeld ziek en zwak is en weinig overlevingskansen heeft.
De Indianen uit Peru, Ecuador en Colombia waren eveneens bekend met de noodzaak om fysieke overbelasting van de moeder te voorkomen.

In zijn boek North-West Amazons [Indianen in het noordwestelijke Amazonegebied] schrijft Whiffen4:

Het aantal zwangere vrouwen is opmerkelijk gezien het feit dat de mannen zich onthouden van geslachtsgemeenschap met hun vrouwen, niet alleen tijdens de zwangerschap maar ook tijdens de zoogperiode, die bij hen veel langer duurt dan bij Europeanen.
Het resultaat is dat de minimumperiode tussen de geboorte van ieder kind tweeëneenhalf jaar is en in de meerderheid van de gevallen zelfs langer.

Het is ook van belang dat de Amazone-Indianen zich bewust waren van het feit dat deze zaken verband hielden met de voeding van beide ouders. Wiffen schrijft:

Deze Indianen delen de overtuiging van zo veel primitieve volkeren dat het voedsel dat door de ouders wordt gegeten – tot op zekere hoogte door beide ouders – een blijvende invloed uitoefent op de geboorte, het uiterlijk of het karakter van het kind.

George Brown5 benadrukt dit primitieve bewustzijn van de noodzaak om voldoende tijd aan te houden tussen de geboortes van kinderen in zijn studies van Melanesiërs en Polynesiërs. Met betrekking tot de inheemse bewoners van een van de Salomoneilanden vermeldt hij het volgende:

Na de geboorte van een kind verwachtte men van de echtgenoot dat hij het huis niet deelde met zijn vrouw totdat het kind in staat was om te lopen. Als een kind ziek of zwak was, sprak men over de ouders: “Tja, ze hebben het alleen maar aan zichzelf te danken.”

Deze nieuwe gegevens werpen een belangrijk licht op de problemen van degeneratie in onze moderne beschaving.
Omdat een rassenpatroon binnen één enkele generatie kan veranderen, moet ons moderne denken en onderwijs met betrekking tot de rol van erfelijkheid worden herzien, als het gaat om oorzaak en gevolg.
Misvorming als gevolg van verstoorde erfelijkheid is net zo biologisch als misvorming als gevolg van opeenhopende factoren die erfelijke uitdrukking vinden.
In plaats van dat we de vorige generatie de schuld geven van de misvormingen of zwakheden van onze moderne generatie en daarmee onze eigen generatie van verantwoordelijkheid ontslaan, laten deze nieuwe gegevens zien dat de gehele sociale structuur die deze afwijkingen creëert verantwoordelijkheid draagt.
Hierdoor veranderen enkele aspecten verbonden aan de theorie en praktijk van modern sociaal onderwijs volledig.
In plaats van dat we de verzorging en beheersing van een afwijkende persoonlijkheid zien als een letsel veroorzaakt door invloeden die de omgeving uitoefent op een normaal persoon, moet deze gezien worden als een misvorming die invloed heeft op één schakel in de erfelijkheidsketen die noch het gevolg is van de misvorming van voorgaande schakels, noch een bepalende factor is voor toekomstige schakels in de keten.
Met andere woorden, de prognose, hoewel slecht voor de persoon, hoeft niet noodzakelijk slecht te zijn voor zijn of haar nakomelingen.
Ondanks het feit dat veel personen die lijden aan lichamelijke misvormingen een ogenschijnlijk normale hersenontwikkeling vertonen, zullen we in het volgende hoofdstuk zien dat een aantal van hen een dusdanige grote verstoring van de hersenstructuur heeft dat zij niet als persoonlijk verantwoordelijk voor hun gedrag beschouwd kunnen en moeten worden.


Mike

-------

Iemand op het Weston Price forum gaf aan dat er een verhaal de ronde doet dat vitamine E miskramen veroorzaakt. Lees hieronder het antwoord van Mike, het gaat over de vruchtbaarheidsvitamines A en E:

--

Wat een onzin! Vitamine E is juist een vruchtbaarheidsvitamine. Uit het boek van Weston Price:

Vele onderzoekers berichten over het onvermogen voor een volledige dracht bij diverse diersoorten wanneer vitamine E in onvoldoende hoeveelheid aanwezig is.

A. L. Bacharach, E. Allehorne en H. E. Glynn gebruiken hun studie van deze voedingsstof als een middel om de hoeveelheid vitamine E in de voeding in te kunnen schatten. Zij schrijven:


Een voedingspatroon met voldoende vitamine E, dat aan vrouwtjesratten wordt toegediend nadat ze van hun moeder gespeend zijn, leidt tot vrijwel geen enkele afgestorven vrucht in de baarmoeder.
Wanneer het voedingspatroon van het nest jongen wordt aangevuld met voldoende hoeveelheden vitamine E, eveneens na het spenen, hebben ook zij nagenoeg geen afgestorven vrucht in de baarmoeder.
Onze bevinding is dat het percentage bevruchte eicellen dat zich vastzet in de baarmoederwand op een dergelijk voedingspatroon duidelijk verschillend is bij dieren waarbij wel sprake is van één enkele afgestorven vrucht in de baarmoeder, als gevolg van een tekort aan vitamine E, en bij dieren waarmee voor het eerst gefokt wordt.
Het vermoeden bestaat dat het proces van afgestorven vruchten in de baarmoeder verregaande veranderingen veroorzaakt in het voortplantingsvermogen van de rat, beter bekend als het vitamine E-deficiëntiesyndroom. Dit werd voorheen niet erkend.


Over vitamine A en vruchtbaarheid:


Sherman, die veel belangrijke bijdrages aan onze kennis over vitamine A heeft geleverd, toont in een recent artikel aan dat een hoeveelheid vitamine A die voldoende is voor een normale groei van dieren en ze de schijn van goede gezondheid geeft nog steeds onvoldoende is om aan de extra voedingsbehoeften te voldoen voor een succesvolle voortplanting en zoogperiode.

Een onsuccesvolle voortplanting gaat meestal gepaard met een verhoogde vatbaarheid voor infecties bij jong-volwassenen, vooral de neiging om longziekten op te lopen op een leeftijd die overeenkomt met die waarop longtuberculose zich maar al te vaak bij jonge mannen en vrouwen voordoet.

Hij vermeldt verder dat vitamine A in ruime hoeveelheden moet worden toegediend, niet alleen tijdens de groeiperiode maar ook tijdens de volwassenheid om een goede voedingsgraad en gezondheidsgraad te kunnen behalen.

Hughes, Aubel en Lienhardt tonen aan dat een gebrek aan vitamine A in het voedingspatroon van varkens leidt tot een extreem gebrekkige coördinatie en spasmen. Ook benadrukken zij dat zeugen, die gefokt worden voordat de symptomen van het zenuwstelsel zich voordoen, doodgeboren biggen of afgedreven vruchten werpen.

Hart en Gilbert tonen aan dat de symptomen die het meest worden waargenomen bij vee met een tekort aan vitamine A doodgeboren of zwakke kalveren zijn, met of zonder oogletsel. Tevens vermelden zij een aandoening van pasgeboren kalveren die lijkt op witte diarree en de ontwikkeling van oogletsel bij jonge dieren.

Hughes toont aan dat varkens zich niet voortplantten wanneer zij gerst en zout gevoerd kregen, maar wel wanneer er levertraan aan het voedsel werd toegevoegd.

Sure toont aan dat een gebrek aan vitamine A bij wijfjes een verstoorde paardrift en eisprong veroorzaakt, met onvruchtbaarheid tot gevolg.

Hij vermeldt verder dat een dode foetus het gevolg zou kunnen zijn van een tekort aan vitamine A, zelfs als het voedingspatroon een overvloed bevat aan vitamine E, die bekend staat als de vruchtbaarheidsvitamine.


Een van de belangrijkste bijdrages in dit veld is gedaan door Professor Fred Hale, van het Experimenteel Landbouwstation van Texas in College Station, Texas.
Hij toont aan dat veel lichamelijke afwijkingen zijn op te wekken door de hoeveelheid vitamine A in het voer van varkens te beperken. Hij wist negenenvijftig varkens15 te produceren die blind geboren werden, alle varkens in zes nesten, door de moederdieren enkele maanden voor het paren en dertig dagen naderhand vitamine A te onthouden. Bij varkens worden de oogbollen in de eerste dertig dagen gevormd.
Net als andere onderzoekers kwam hij tot de conclusie dat de varkens ernstige zenuwschade ondervonden, waaronder verlamming en spasmen, door ze gedurende een bepaalde tijd vitamine A te onthouden. Hierdoor konden de varkens niet op hun poten staan.
Hij vermeldt dat een van de varkens met een gebrek aan vitamine A die eerder een nest van tien biggen had geworpen, die allemaal zonder oogbollen werden geboren, twee weken voor het paren één enkele dosis levertraan was toegediend. Zij wierp viertien biggen die verschillende oogafwijkingen vertoonden. Sommige hadden geen ogen, sommige één oog en sommige hadden één groot oog en één klein oog, maar allemaal waren ze blind.
Dankzij de vriendelijke medewerking van Professor Hale kan ik in Fig. 117 een varken zonder ogen en een normaal varkensoog (links) en een paar onvolledig gevormde ogen (rechts) van een big uit het zojuist genoemde nest tonen.
Deze ene dosering vitamine A maakte de gedeeltelijke vorming van oogzenuwen en oogbollen mogelijk.
Een van de belangrijkste onderzoeksresultaten van Professor Hale is dat hij varkens met normale ogen heeft weten te produceren die voortgebracht werden door ouders zonder oogbollen als gevolg van een gebrek aan vitamine A in de voeding van het moederdier. Het probleem was dus overduidelijk niet erfelijk.
Twee nesten, een nest van negen en een nest van acht jongen, die geworpen werden door moederdieren die voor het paren en dertig dagen daarna geen vitamine A hadden gekregen, vertoonden de volgende afwijkingen:
Ze waren allemaal volledig zonder oogbollen geboren; bij sommige was de buitenste ooropening niet gevormd; andere hadden een gespleten gehemelte, een hazenlip en hun nieren, eierstokken of testikels zaten op een andere plaats.

Belangrijk om te vermelden is dat Professor Hale in oktober 1935 melding maakt van de worp van veertien blinde biggen op een boerderij in Ralls in Texas in juni 1935. Zes van deze biggen werden naar het Texaanse Experimenteel Landbouwstation vervoerd en daar grootgebracht en bestudeerd.
De boer liet weten dat er op zijn boerderij geen groenvoer beschikbaar was tussen maart 1934 en mei 1935.
Vermeldenswaardig is dat deze omstandigheid parallellen vertoonde met de experimentele omstandigheid op het station, waardoor negenvijftig varkens zonder oogbollen waren geboren als gevolg van een beperking van vitamine A voor en onmiddellijk na de dracht.
Professor Hale vermeldt dat in april 1935 een nest van zeven blinde biggen werd geboren in McGlean in Texas, dat, net als Ralls, werd getroffen door droogte. Het moederdier en het nest werden door het Experimenteel Station opgekocht.
Er werden fokprogramma’s opgezet met de blinde varkens, waarbij de dieren voer met meer dan voldoende vitamine A kregen toegediend en normale varkens met normale oogbollen werden geproduceerd.
Zelfs toen men een blinde mannelijke big met zijn moeder liet paren, die hem op een gebrekkig voedingspatroon had geworpen, leverde dit uitsluitend normale varkens op wanneer moeder en zoon ruimschoots vitamine A kregen.
Professor Hale hierover: “Als een erfelijkheidsfactor de oorzaak was geweest van deze aangeboren blindheid hadden deze fokprogramma’s wel blinde varkens voortgebracht, ook al was er sprake van vitamine A in het voer.”


Mike


---------

Mike over (on)vruchtbaarheid en de bijnieren:


Zoals gezegd zijn de geslachtsorganen en de bijnieren nauw met elkaar verbonden. Stelselmatige overproductie van testosteron om de juiste actie te bevorderen die een oplossing voor de stresssituatie moet brengen, leidt uiteindelijk tot de bodem van de testosteronput. Voor mannen kan dit onder andere leiden tot onvruchtbaarheid, potentieproblemen, stemmingswisselingen en haaruitval. Vrouwen kunnen een oestrogeentekort oplopen door bijnieruitputting, wat eveneens onvruchtbaarheid, maar ook stemmingswisselingen, botontkalking en huidproblemen tot gevolg kan hebben.


Bij mannen wordt testosteron geproduceerd in de zaadballen en de bijnieren. De productie van oestrogeen zit bij mannen exclusief in de bijnieren. Bij vrouwen wordt oestrogeen geproduceerd in de eierstokken en de bijnieren. De productie van testosteron zit bij vrouwen exclusief in de bijnieren. Ook hier zie je de bijnieren weer voorbijkomen als belangrijke regelaars van vitale hormonale processen. Bijnieruitputting kan dus zeer zeker verband houden met vruchtbaarheidsproblemen. De natuur heeft liever niet dat een kind in en uit stress wordt geboren. Die kinderen die geboren worden uit een vader en moeder met bijnierproblemen zullen aangeboren bijnierzwakheden hebben. Hetzelfde geldt voor schildklierzwakheden en andere hormonale ontregelingen.


Met de juiste, gerichte aanpak zijn echter ook deze personen er weer bovenop te helpen. Het enige wat we nodig hebben is een intelligentere aanpak van onze medici en diëtisten die gebaseerd is op de circulaire aard van het leven, waarbij er geen begin en geen eind is, alleen maar voortdurende beweging. Helaas denkt men nog steeds te veel in onbeweeglijke en voorspelbare, simplistische mechanismen. Het zegt meer over het denken zelf dat onbeweeglijk, voorspelbaar en simplistisch is.


-------


De voedselbijbel uit 1939. Het is te gek voor woorden dat dit boek een verrassing is voor veel mensen. Een verrassing van hoe onze voeding eigenlijk moet zijn om jezelf gezond en gelukkig te voelen.

Price deed, zelf gefinancierde, onderzoeken naar gezondheid i.p.v. naar ziekte. Waarom leden zoveel mensen aan cariës. Bij de oervolkeren kwam cariës niet voor. Pas nadat ze zich gingen voeden met westerse producten zoals witmeel en zoetigheden kregen ze cariës met aansluitend tuberculose. Dit boek geeft een duidelijk uitleg waarom we sommige voedingsmiddelen wel of niet moeten eten.


---------


In traditionele Europese samenlevingen was het ooit een standaard aanvulling, levertraan biedt vet-oplosbare vitamines A en D, welke door Dr. Price werden aangetroffen in de voeding van primitieve volkeren in een tien keer hogere hoeveelheid dan in de hedendaagse voeding. Voor vrouwen en hun mannelijke partner is het een must om een aantal maanden voor de bevruchting levertraan in te nemen. Dit geldt ook tijdens de zwangerschap. Opgroeiende kinderen zullen ook veel baat hebben bij een kleine dagelijkse dosis.

-------


KOKOSOLIE EN BORSTVOEDING

Onder al het voedsel dat er in de natuur aanwezig is bestaat er een voedingsmiddel dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt, dat voedsel is moedermelk. Melk is door de natuur ontworpen om in alle voedingsstoffen te voorzien die een baby in het eerste levensjaar nodig heeft voor optimale groei en ontwikkeling. Het bevat een perfecte mix van vitaminen, mineralen, eiwitten en vetten. Borstvoeding is zonder twijfel een van de wonderen der natuur.

Kinderen die borstvoeding krijgen halen niet alleen belangrijke voedingsstoffen uit de melk maar krijgen ook antilichamen en andere stoffen binnen die ze nodig hebben om zich op latere leeftijd tegen kinderziekten zoals oorontstekingen te beschermen. Kinderen die borstvoeding hebben gehad hebben een betere ontwikkeling van tanden en kaakbeenderen, zijn minder bevattelijk voor allergieën, hebben een betere spijsvertering en zijn beter in staat om infectieziekten af te weren.

Wel is het belangrijk dat de moeder zelf gezond eet en drinkt, daar het immers via de moedermelk wordt doorgegeven aan het kind. De kwaliteit van de melk wordt door de gezondheid en voeding van de moeder beïnvloed. Moedermelk wordt van de voedingsstoffen gemaakt die de moeder consumeert.


Een belangrijk onderdeel van moedermelk zijn de middellangeketenvetzuren, met name laurinezuur. Laurinezuur is ook het belangrijkste verzadigde vet dat in kokosolie wordt aangetroffen. De middellangeketenvetzuren in borstvoeding verbeteren de opname van voedingsstoffen, ondersteunen de spijsvertering, helpen bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel en beschermen de baby tegen schadelijke micro-organismen. Het nog onvolgroeide immuunsysteem wordt door de antibacteriële, antivirale, antifungale en antiparasitaire eigenschappen van deze essentiële vetzuren ondersteund.


Als de moeder zelf een tekort heeft aan deze essentiële voedingsstoffen zal de melk die ze maakt daar ook een tekort aan hebben. Net zo kan haar melk als ze voedsel eet dat giftige stoffen bevat (zoals bijvoorbeeld transvetten) ook die giftige stoffen bevatten.

Het gehalte van antimicrobiële vetzuren kan zo laag zijn als 3 a 4% maar wanneer zogende moeders kokosproducten eten (gemalen kokos, kokosmelk, koksolie etc) stijgt het gehalte aan MCFA’s aanzienlijk. Het eten van 40 gram (ca. 3 eetlepels) koksolie in 1 maaltijd kan na 14 uur het laurinezuurgehalte in de melk van een zogende moeder tijdelijk van 3,9% naar 9,6% verhogen. Als ze het dagelijks consumeert zal het MCFA-gehalte zelfs nog hoger worden. Ze kan hier zeker ook al voor en tijdens de zwangerschap mee kunnen beginnen. Deze moeders kunnen tot wel 18% aan verzadigde vetten in de vorm van laurinezuur en caprinezuur in hun melk hebben.


Zo zal kokosolie ook zeker bijdragen aan een betere vruchtbaarheid, het voedt immers jong leven.





Terug naar

‘zwangerschap’





© 2012 Lia Keizer

 

© 2012 Lia Keizer